Concurrentie met andere TV-aanbieders
Binnen de marges van de regelgeving en de marktverhoudingen bepalen kabelbedrijven welke diensten ze aanbieden en welke prijs ze daarvoor vragen. Ze beheren hun netwerken en bieden diensten op het gebied van televisie, internet en telefonie. Van een dominante positie is echter geen sprake: het aanbod van de kabelbedrijven concurreert met dat van tal van andere marktpartijen. Ook op de markt voor televisiedistributie kennen de kabelbedrijven inmiddels belangrijke concurrenten.
De klant is koning
Nog niet zo heel lang geleden was de Nederlander voor televisiebeelden vooral afhankelijk van het kabelbedrijf. Nu is dat fundamenteel veranderd. Er zijn vier landelijke televisienetwerken: de kabel, DVB-T, satelliet en het DSL-netwerk. De consequentie van de opkomst van andere TV-netwerken is dat het marktaandeel van kabelbedrijven op de markt voor televisiedistributie terugloopt. De consument heeft de keuze en profiteert van gunstige prijzen en van een breed aanbod aan diensten.
Geen landelijke dekking
Geen enkel kabelbedrijf beschikt over een netwerk met landelijke dekking; de kabelbedrijven kunnen hun dienstverlening alleen aanbieden in het eigen verzorgingsgebied. Zij concurreren met hun regionale diensten met de drie landelijk dekkende televsienetwerken van KPN en satelliet.
OPTA
Ondanks deze concurrentie legt OPTA op de markt voor televisiedistributie aan de kabelbedrijven nog steeds verplichtingen op. Kabelbedrijven zijn verplicht om programma-aanbieders, onder redelijke voorwaarden, toe te laten tot de infrastructuur.
Alle Concurrentie en innovatie dossiers