Weblog

De behoeften van 'Piraten'

We leven in een periode van instant-behoeftebevrediging. Vandaag bestellen in de internet-winkel, morgen geleverd. Een nummer van Adele kopen, en meteen luisteren op al je apparaten. Dat kan sinds de consument via iTunes losse nummers kan kopen. Het heeft lang geduurd voordat de muziekindustrie nieuwe manieren van verspreiding omarmde. Maar vergeleken bij de video-industrie zijn ze nog revolutionair modern. De entertainment-industrie voelt het nog niet goed aan, de tijdgeest van instant-bevrediging. Het gevolg is onnodig gedoe en een vracht aan rechtzaken, zoals de afgelopen week de die van Brein tegen Ziggo en XS4All, en complexe politieke discussies. Alsof de consument van dat alles beter wordt!

Nu ben ik de laatste die vindt dat we met een makkelijke materie te maken hebben. Aan de ene kant is er het grote belang van vrij internet. Mensen moeten op internet, net als op straat, kunnen gaan en staan waar ze willen, met inachtneming van de maatschappelijke regels natuurlijk. Aan de andere kant moeten natuurlijk ook belangen worden berschermd van de makers van content als films, foto’s, muziek, etc. Als creatievelingen niks meer kunnen verdienen, houdt de creativiteit snel op. Daartussen moet een balans worden gevonden: vrijheid aan de ene kant, en bescherming van makers aan de andere.

Staatssecretaris Teeven had het plan opgevat om een downloadverbod te introduceren, maar de Kamer heeft dat weer in de prullemand gegooid. Terecht. Een open en vrij internet is een groot goed en een downloadverbod druist daar tegen in. De uitspraak van de rechter van deze week ook, trouwens. We moeten af van het idee dat wetten en rechters ons gaan helpen bij het vinden van de balans. Wetten en regelgeving hebben altijd moeite om snelle veranderingen in de omgeving bij te houden (zo hebben wij nog steeds te maken van de “Amstelveense Kabelarresten” uit 1981, terwijl de wereld van techniek van distributie compleet veranderd is). En als ontwikkelingen óóit “snel” kunnen worden genoemd, is het nu wel. We moeten daarom een wetgevingsvrije oplossing hebben, een oplossing die flexibel kan inspelen op de voortdurend nieuwe mogelijkheden die internet ons biedt. Randvoorwaarden mogen in de wet terecht komen, maar technische sturing van gedrag van consumenten niet. Dat kunnen de wetten niet bijhouden.

Wat behelst dan zo’n oplossing? In de allereerste plaats komt die bij de entertainment-industrie zélf vandaan: voldoen aan de wensen van de consument. Wil die betalen voor online kijken, zorg er dan voor dat ze dat kunnen. En als distributeurs on-demand films, series, etc willen aanbieden, zorg er dan voor dat dat mag. Hoe meer aanbod er op die manier beschikbaar komt, hoe minder consumenten de neiging zullen hebben om hun heil in donkere hoekjes van het internet te zoeken.
Ten tweede toezicht: collectieve beheersorganisaties als Buma-Stemra zijn door hun machtspositie in staat licenties aan aanbieders van Video on Demand en andere gebruikers te weigeren, of voor licenties excessieve en intransparante vergoedingen te vragen. Het gevolg van deze rechtsonzekerheid is stagnatie in innovatie. Aanbieders krijgen koudwatervrees (je weet nooit of er nog ergens een claimwolk hangt) en het legale aanbod blijft achter bij wat de consument wil. Een meer economische benadering van het toezicht op het collectief beheer is nodig om te voorkomen dat buitensporige tarieven innovatieve digitale diensten in de kiem smoren. De Tweede Kamer kan daarbij helpen. In de komende weken staat een wetsvoorstel op de agenda dat het toezicht op de collectieve beheersorganisaties aanscherpt. Dat is een unieke kans om het toezicht op een economische leest te schoeien.

Rob van Esch, 16 januari 2012