Weblog

Vandaag kwam OPTA naar buiten met het concept-besluit over de tarieven die kabelbedrijven aan derden mogen rekenen voor de zogenaamde wederverkoop. Dat leidt altijd weer tot aardig wat publiciteit, maar misschien is het goed om nog eens vast te stellen waar het eigenlijk over gaat.

De televisiemarkt ontwikkelt zich onstuimig. Vanuit het niets heeft KPN met Digitenne 924.000 klanten geworven (Q3, 2009). Daarnaast kijken mensen televisie via satelliet en IPTV. Daardoor kijken nu ongeveer twee miljoen gezinnen op een ándere manier televisie dan via de kabel. Digitaal is daarbij het toverwoord: analoge televisie is hard op zijn retour en nadert het einde van zijn levensduur. Van een monopolie is in ieder geval geen sprake.

Vorig jaar besloot OPTA echter dat al dit concurrentiegeweld niet voldoende is. Terwijl kabelbedrijven aan het denken waren hoe zij op termijn hun analoge pakket konden uitfaseren om hun digitale dienstverlening verder te verbeteren, moesten Ziggo en UPC ineens hun kabel openstellen voor wederverkoop van het analoge televisiepakket. Dat betekent dat andere bedrijven, bijvoorbeeld Tele2, het pakket analoge zenders dat via de kabel verspreid wordt, onder éigen naam mogen verkopen aan consumenten.
De Europese Commissie ging schoorvoetend akkoord met deze maatregel, maar riep OPTA wel op om dit zo kort mogelijk te laten duren.

Analoge wederverkoop op de kabel is uniek in de wereld en uiterst complex om in te voeren. We zitten nu midden in dat proces. OPTA heeft een rekenmethodiek opgelegd aan de twee kabelbedrijven. Door een (door accountants afgetekende) invuloefening kwamen zij uit op een bedrag van 11 à 12 euro dat wederverkopers zouden moeten betalen. Het is niet vreemd dat de geïnteresseerde bedrijven dit véél te hoog vinden. Wat wél vreemd is, is dat OPTA nu met het voorstel komt om het bedrag rond de 8,50 euro af te maken. De (technische en juridische) discussie hierover zal nog wel even aanhouden. Maar hoe vreemd de door OPTA gewenste uitkomst is, blijkt uit een vergelijking met het telefoonnet van KPN.

Wederverkoop van het analoge pakket is uniek voor kabel, maar wederverkoop op zich is geen novum. OPTA legt al jaren wederverkoop aan KPN op voor de telefoonlijnen. Het gekke is: de lege en dunne telefoonlijntjes van KPN mogen 50% duurder zijn dan de gemoderniseerde netwerken van kabelbedrijven. Dat prijsverschil is nog vreemder als je bedenkt dat de kabelbedrijven voor het lage bedrag van ca 8,50 euro een complete consumentendienst verkopen, klaar voor administratieve wederverkoop door een derde partij. KPN levert voor 50% méér louter toegang tot hun aansluitnetwerk (de wederverkoper krijgt er niet eens een telefoongeluidje bij).

Nederland staat aan de top van de wereld als het gaat om breedband. De reden is voor iedereen helder: concurrentie tussen de private infrastructuren van kabel en KPN. Aan kabelkant is miljarden euro’s geïnvesteerd om volwaardige concurrent voor KPN te kunnen worden. Dat leidt tot zichtbare en substantiële, voortdurende innovatie. Ons land moet echter wel op zijn investeringsklimaat blijven letten, dat sinds de bankencrisis sowieso wat extra aandacht vraagt. Een toezichthouder die de oude telefoonlijnen 50% hoger waardeert dan moderne netwerken, zal vrees ik geen positieve bijdrage leveren aan dat investeringsklimaat. We moeten op onze (breedband)tellen gaan passen!

Rob van Esch, 26 november 2009