Dezer dagen vindt in Amsterdam het tweejaarlijkse WCIT plaats (World Conference on IT). Kopstukken uit de hele wereld congresseren deze dagen over hoe de toegevoegde waarde van IT verder te verbeteren. Het is goed dat deze conferentie in ons land plaatsvindt. De organisatoren, het ministerie van Economische Zaken, de gemeente Amsterdam en branchevereniging ICT-Office verdienen daarvoor een grote pluim. Het zet ons land verder op de kaart als modern IT-land. Een van de sprekers op het congres was Eurocommissaris Kroes. Hoewel vandaag de dag veel aandacht uitgaat naar de vraag of ze al dan niet terugkeert in de Nederlandse politiek, is het inhoudelijk vooral interessant dat ze onlangs de Europese Digitale Agenda presenteerde. Laten we ons land eens langs de meetlat leggen van de Europese ambities.
De Europese Commissie wil dat iedereen die dat wil in 2013 toegang heeft tot breedband en in 2020 moet iedereen toegang kunnen hebben tot breedbandinternet van 30 Mbps “The 2020 target is internet speeds of 30 Mbps or above for all European citizens, with half European households subscribing to connections of 100Mbps or higher.”). Dan blijkt weer hoe ver we in Nederland voorop lopen als het gaan om de infrastructuur. Iedereen die dat wil, kan in Nederland beschikken over breedband. In veruit de meeste gevallen kunnen consumenten voor een breedband-verbinding kiezen tussen verschillende vaste en mobiele infrastructuren, waaronder satelliet, 3G, xDSL, kabel en FttH. Door de afronding van de veiling van frequenties in de 2,6 GHz-band komt daar op korte termijn het mobiele LTE-netwerk bij, waarmee zeer hoge mobiele snelheden mogelijk zijn. Bovendien heeft nergens ter wereld een groter percentage van de huishouden de beschikking over highspeed internet als in Nederland. De kabelbedrijven investeerden de afgelopen jaren miljarden in het upgraden van hun Nederlandse kabelnetwerken, die hierdoor inmiddels voor 97% uit glasvezel bestaan. Dankzij het next generation network van de kabel kan in 2010 94% van de huishoudens beschikken over highspeed internet van 50 tot 120 Mbps.
De digitale agenda gaat echter - gelukkig - over veel meer dan de infrastructuur. Dat is immers, als die er is, het minst boeiende deel van de digitale toekomst. Om die volledig te benutten moeten er nog wel barrières worden genomen. Ik ben dan ook blij met de aandacht van de Commissie voor het management van digitale rechten: “After an extensive stakeholder dialogue, report by 2012 on the need for additional measures beyond collective rights management allowing EU citizens, online content services providers and right-holders to benefit from the full potential of the digital internal market, including measures to promote cross-border and pan-European licenses, without excluding or favouring at this stage any possible legal option.” De nieuwe digitale werkelijkheid verhoudt zich maar moeilijk, dat is wel bekend, met een systeem van collectief rechtenbeheer dat zich gevormd heeft over decennia waar internet nog geen rol speelde. Modernisering is nodig, en ik heb vertrouwen in de inspanningen van de Commissie om dat ook voor elkaar te krijgen.
Daarnaast is een belangrijke uitdaging voor Nederland om op de juiste manier gebruik te maken van de mooie infrastructuur en daarvan ook de maatschappelijke vruchten te plukken. Het next generation kabelnetwerk is een aanjager van de creatieve industrie en van maatschappelijke digitale diensten als zorg op afstand, thuiswerken en toepassingen voor een veiliger leefomgeving. Deze maatschappelijke toepassingen nemen echter nog niet de vlucht die wij graag zouden zien. De oorzaken daarvan liggen echter búiten de beschikbare infrastructuren. De Europese en nationale overheid kan bij de acceptatie en ontwikkeling van maatschappelijke digitale diensten een belangrijke rol vervullen. Laten we daar samen de schouders onder zetten!