NORMA/IRDA
Sometimes you win, sometimes you loose. Niks is minder waar als het om rechtzaken gaat. Door schade en schande wijs geworden weet ik inmiddels dat je niet elke rechtzaak kan winnen, zelfs al denk je dat je het beste verhaal hebt. Deze week was er gelukkig een van "Sometimes you win". Zoals de regelmatige lezer van dit blog wel weet, liep er al een tijd een rechtzaak tegen ons, die was aangespannen door Norma. Dat is de organisatie die naburige rechten int voor haar leden. Deze week werden alle eisen van Norma aan ons door de rechter afgewezen.
We hebben daar een persberichtje over uitgegeven, dat op deze website te vinden is, maar laat ik nog even kort uitleggen hoe het in elkaar zit.
Wij zijn, voor de goede orde, er grote voorstander van dat iedereen die creëert daar ook zijn geld voor krijgt. Wat zouden we zijn zonder hen die creatief zijn? We zijn ook voorstander van een goed systeem van collectief rechtenbeheer. Dat kan namelijk erg efficiënt zijn, mits rechtenorganisaties ook het wereldrepertoire kunnen vertegenwoordigen. Wij kunnen dan op één plek de rechten regelen, in plaats van met alle artiesten afzonderlijk.
Huidige systeem gaat gepaard met inefficiencies
Helaas gaat het huidige systeem van inning van rechten gepaard met tamelijk grote inefficiënties. We weten simpelweg niet wie nu wie vertegenwoordigt. Dat bleek bij de claim van Norma. Een praktijkvoorbeeld. Een acteur doet mee aan een productie, maar draagt in de regel zijn rechten over aan de producent. Die verkoopt het stuk dat hij gemaakt heeft aan een omroep, en dat wordt dan weer uitgezonden via kabel of anderszins. Klaar, zou je zeggen. Helaas. Norma stelde nu óók de rechten van die acteur te vertegenwoordigen, en wilde geld zien voor uitzending van het stuk (waarvoor de acteur zijn rechten had overgedragen). En om het verhaal nóg ingewikkelder te maken: er is nog een andere organisatie, IRDA, die claimde óók die rechten te vertegenwoordigen. Zij betwisten weer het recht van Norma. IRDA sloot zich daarom in de rechtzaak aan bij Norma. Afijn, kom daar maar eens uit....
Daar komt voor ons, als verspreider van omroepsignalen, nog een complicatie bij: wij weten niet wat de afspraken zijn tussen omroepen en producenten (bijvoorbeeld over de rechten), maar moeten wél aan rechtenorganisaties betalen. Hoeveel is het juiste bedrag? Wij weten dat niet. Daarom is voor ons het ideaalbeeld dat we bij een omroep een rechtenvrij programma kunnen krijgen. De financiële afwikkeling tussen omroepen en rechtenorganisaties vindt dan plaats waar hij thuis hoort: tussen omroepen en rechtenorganisaties. Dan wordt het hele systeem een stuk transparanter.
Beter toezicht gewenst
Dat ideaalbeeld wordt voorlopig niet gedeeld door de rechtenorganisaties (het is goed denkbaar dat meer transparantie niet in hun - financieel - voordeel is). Daarom zouden we, totdat het zover is, een goed toezicht moeten hebben op de rechtenorganisaties. Daar schort het op dit moment aan om twee redenen.
In de eerste plaats is er wel een Commissie Dijkstal, die toezicht houdt op rechtenorganisaties, maar die gaat niet over het gedrag van deze organisaties met betrekking tot de kabel. Ten tweede is er nergens toezicht op de prijs die rechtenorganisaties in rekening brengen. Niet bij de Commissie Dijkstal, niet bij de NMa, niet bij etc; simpelweg nergens. Dat komt denk ik doordat de vraagstukken over auteursrechten van oudsher strikt juridisch zijn benaderd. Economische argumenten hebben nooit voet aan de grond gekregen. Dat wordt echter wel steeds belangrijker in deze digitale wereld, omdat er steeds meer mogelijkheden komen voor de verspreiding van programma's.
Totdat het ideaalbeeld is gerealiseerd, moeten we dus - het ligt eigenlijk ook wel voor de hand - een gedegen toezicht (vóóraf) instellen op de prijzen die de rechtenorganisaties in rekening brengen.
Nu zijn dus alle eisen van Norma en IRDA verworpen, en heerst er een diepe stilte. Ook op de websites van deze organisaties hebben we tot op de dag van vandaag nog niets kunnen lezen over de uitspraak.
EZ al te vrolijk
EZ kwam vandaag met een persbericht naar aanleiding van een onderzoek van ECTA . Dat is een Europese branchevereniging van telecombedrijven. Zij hebben een onderzoek uitgevoerd naar de vraag of toezichthouders als OPTA de regels wel netjes toepassen. Dan blijkt dat OPTA hoog scoort, nummer twee in Europa. Het Ministerie van Economische Zaken is euforisch en stuurde direct een persbericht de wereld in: TWEEDE PLAATS VOOR NEDERLAND! Letterlijk: "Staatssecretaris Heemskerk vindt de tweede positie een mooi resultaat. 'Uit het onderzoek blijkt dat Nederland op het gebied van vaste telefonie en breedband internet dankzij goed georganiseerd markttoezicht tot de meest concurrerende markten in Europa behoort. Daarvan profiteert de consument via meer keuzemogelijkheden en lagere prijzen,' aldus de staatssecretaris."
Nu gaat EZ een beetje overdrijven, maar ja, dat gebeurt wel eens in een euforische stemming. Toezicht speelt zeker een rol, maar er moet natuurlijk wel een concurrent zijn die de handschoen opneemt. Hoe dat in Nederland in elkaar steekt, heb ik onlangs nog in het FD beschreven onder de titel KPN's Schone Schijn Hindert Markt: "Concurrentie tussen infrastructuren is de manier om een land digitaal voort te stuwen. Dat hebben de afgelopen jaren geleerd. Nog meer dan voorheen komt het nu op de kabelbedrijven aan om de concurrentie te bieden die nodig is voor een voorspoedige ontwikkeling van de Digitale Delta Nederland."
De consument profiteert van meer keuzemogelijkeden en lagere prijzen doordat kabelbedrijven de afgelopen jaren miljarden euro's hebben geïnvesteerd in innovatie. De toppositie van Nederland op het gebied van telecom en breedband toeschrijven aan de toezichthouder, zoals nu door staatssecretaris Heemskerk gebeurt, is wat ál te vrolijk.
Rob van Esch, 30 januari 2009
Directeur NLkabel