Weblog

Institutionele verkalking

Ik hoop dat u inmiddels een beetje aan onze nieuwe website gewend bent! Voor mij duurde dat niet lang, want ik vind hem veel frisser en moderner dan de vorige. Ook op deze nieuwe site zal ik regelmatig ontwikkelingen in en rond onze sector benoemen en waar nodig van commentaar voorzien. Laten we maar weer eens van start gaan.

Fitch-rapport

Webwereld maakte woensdag melding van een rapport van FitchRatings in Londen. De strekking ervan is dat in sommige Europese landen de grote telecombedrijven grote uitdagingen ondervinden door de concurrentie van de kabelbedrijven. Dat komt door de introductie van de nieuwe technologie Docsis 3.0. Hun redering is als volgt:

*  een alomvattend nieuw glasvezelnetwerk naar ieder huis is economisch niet  levensvatbaar. Telecombedrijven zullen daarom wel investeren in verder uitrol van  glasvezel in hun netwerk, maar niet in glasvezel naar de huizen.

*  de analyse van FitchRatings brengt aan het licht dat telecombedrijven de neiging hebben om de kosten van investeringen in glasvezel te onderschatten.

Omdat kabelbedrijven met Docsis 3.0 zeer kosteneffectief hoge internetsnelheden en andere moderne diensten kunnen aanbieden, zijn telecombedrijven het kwestbaarst in landen met hoge kabeldichtheid. Nederland wordt dan ook voortdurend genoemd als voorbeeld van zo’n land. Met Docsis 3.0 kunnen volgens het rapport snelheden worden gehaald van 200 Mbps. De reden is dat kabelbedrijven hun glasvezel nu al heel dichtbij de huizen hebben gebracht.

Het is een boeiend en realistisch rapport, waarbij de schrijvers ervan zich niet hebben laten meevoeren in de "FttH-hype" die zich nog steeds hier en daar manifesteert. Het geeft goed aan in wat voor luxe positie ons land zich bevindt. Door investeringen van miljarden euro’s sinds het begin van deze eeuw, behoren de Nederlandse kabelnetwerken tot de modernste ter wereld. Nieuwe technieken als Docsis 3.0 worden grootschalig toegepast, zoals ook blijkt uit onderstaande grafiek.

Beschikbaarheid hogesnelheidsinternet via de kabel, percentage van kabelaansluitingen

beschikbaarheid hogesnelheidinternet via de kabel

Daarmee worden de kabelnetwerken, die inmiddels dus voor het grootste deel uit glasvezel bestaan, toekomstvast. Dat we er zo goed voor staan in ons land, komt in de allereerste plaats door de concurrentie tussen infrastructuren. Bedrijven jagen elkaar op, en de consument profiteert. Ik verwijs dan maar, als concreet voorbeeld, naar een rapport van de Europese Commissie waaruit blijkt dat Nederlandse huishoudens gemiddeld 9 euro goedkoper uit zijn voor hun breedbandverbinding dan elders in Europa. Dat lijkt niet veel, maar als je gaat rekenen is het héél veel. Dat bedrag is per maand, en er zijn veel huishoudens.  Als je daar rekening mee houdt, houden Nederlandse consumenten jaarlijks  ruim 600 mln euro over in vergelijking met landen waar mínder concurrentie is dan hier!

En toch niet zo modern: programmaraden

Dus wat zijn we modern in Nederland. Toch? Mwah. Laten we eens even kijken naar de programmaraden. Consumenten kunnen kiezen, als men dat wil, tussen (meer dan) 120 zenders via hun digitale televisie. Men kijkt bovendien programma’s op aanvraag, via de kabel, via het internet of via concurrenten van kabelbedrijven. De tijd dat het een automatisme was dat videobeelden via de kabel bij de consument kwamen, is al lang voorbij. Programmaraden zijn bedacht voor een tijd dat dat automatisme er nog wél was. De programmaraad heeft een adviesbevoegdheid over 7 zenders, met daaraan gekoppeld hoge administratieve lasten. Daarmee moet volgens de wetgever de pluriformiteit van het zenderpakket voor de consument worden gewaarborgd.

Door de digitalisering worden programmaraden overbodig. Vervelend misschien, maar het is niet anders. Programmaraden en hun landelijke lobby-organisatie Kabelraden.nl vinden echter van niet. Zij doen bovendien fris en vrolijk mee in allerlei discussies die hun competenties ver te buiten gaan (bijvoorbeeld over de verdeling tussen digitale en analoge zenders bij kabelbedrijven, over toegang tot de kabel of over de prijs van de kabelaansluiting). Als is dat zo zie, denk ik terug aan mijn studietijd waarin wij kennis namen van het gedachtengoed van Mancur Olsen, in The Rise and Decline of Nations. Hij constateerde institutionele verkalking in samenlevingen waar het goed ging. "As a society becomes more successful, advanced and stable, its institutions become more complex and invariably start to turn the favourable stability into undesirable rigidity. Legislation starts to mushroom along with the people who create and administer it and somehow the society finds that the achievements of its youth are no longer possible."

Het lijkt erop dat ook ons land tekenen van institutionele verkalking vertoont. Het door de technische ontwikkelingen achterhaalde instituut van programmaraden is daar een voorbeeld van, maar er zijn er meer te vinden. OPTA hield onlangs een symposium over convergentie, waarin een rapport was gepresenteerd dat in opdracht van OPTA was geschreven (Convergence; different approaches for telecommunication regulators, door RAND Europe en gepubliceerd op 8 april j.l -  helaas niet op de website van OPTA te vinden). Dat rapport ging over convergentie, en constateerde dat door deze trend markten aan elkaar verbonden worden en dat er dus steeds meer dynamiek ontstaat. Dan zóu je zeggen: dat is mooi, méér concurrentie betekent mínder werk voor regelgevers en toezichthouders. Maar nee, de vraag die OPTA zich stelt is dan: hoe kunnen we dan ál die markten goed reguleren? De vraag of en hoe zich men als regelgever/toezichthouder kan matigen komt niet eens aan de órde. Dat is naar mijn idee ook een voorbeeld van institutionele verkalking.

We zijn best een modern land, maar we moeten wel blijven oppassen dat we ook modern blíjven.

Rob van Esch
23 april 2009