Geschiedenis

De eerste centrale antennesystemen

Op 2 oktober 1951 vond de eerste officiele televisieuitzending in Nederland plaats. Meteen daarna - vanaf 1952 - ontstonden de eerste centrale antennesystemen. Deze centrale antennesystemen werden - vaak door woningbouwcorporaties en andere woningbezitters - aangelegd om de moeizame ontvangst van de ethertelevisie in dicht bebouwde gebieden te vergemakkelijken. Met een goed opgestelde centrale antennemast bleek de ontvangst beter dan met slecht opgestelde buitenantennes op ieder afzonderlijk huis. In plaats van een woud aan antennes volstond één - bij voorkeur op een hoge plek opgestelde - antennemast vanaf waar de afzonderlijke huizen met een kabel werden verbonden. Hier begint de geschiedenis van de kabelsector.

De eerste jaren was de aanleg van deze centrale antennesystemen overigens in strijd met de Telegraaf- en Telefoonwet: de PTT had het wettelijk monopolie op de distributie van omroepsignalen. In de praktijk werd de aanleg van particuliere antenne-inrichtingen gedurende de jaren '50 en '60 echter door de staat (in dit geval de PTT) gedoogd.

Landelijke of lokale aanleg?

Vanaf 1963 ontwikkelde de regering het plan om een landelijk centraal antennesysteem aan te leggen en te exploiteren, het zogenaamde CAS-plan. Het CAS-plan werd in 1969 door de Tweede Kamer verworpen, mede omdat de lokale antenne-inrichtingen in de praktijk prima voldeden. In hetzelfde jaar werd de Telegraaf- en Telefoonwet gewijzigd: het monopolie van de PTT maakte plaats voor een machtigingsstelsel en opende de weg voor legalisering van de inmiddels aangelegde antennesystemen. De machtigingen werden onder voorwaarden verleend door de PTT.

Machtigingsstelsel

Een machtiging kon vanaf 1970 worden aangevraagd voor de aanleg en exploitatie van een gemeenschappelijke antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor een kleine groep woningen) of voor de aanleg en exploitatie van een centrale antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor wijken, plaatsen of hele gemeenten). Gedurende de jaren '70 en '80 werd in hoog tempo in vrijwel alle gemeenten een kabelnetwerk aangelegd. Door de keuze voor de aanleg en exploitatie van lokale kabelnetwerken kon de lokale televisieomroep ontstaan. De eerste lokale televisieuitzendingen vonden in 1971 plaats.

Oprichting VOCAI en VECAI

In 1974 werd door de eerste kabelexploitanten VOCAI opgericht, de voorganger van NLkabel. De afkorting stond voor ‘Vereniging van Ondernemingen gericht op de Exploitatie van Centrale Antenne Inrichtingen' (maar goed dat er afkortingen bestaan!). Omdat per gemeente niet meer dan één machtiging kon worden verkregen gebruikte de gemeente de machtiging vaak zelf. Daardoor werd de VOCAI een vereniging waarvan de meeste leden gemeentelijke 'bedrijven' waren. Toen eind jaren zeventig het uitbaten van de netwerken belangrijker werd dan aanleggen, veranderde VOCAI in VECAI: de vereniging van exploitanten (en machtiginghouders) etc.

Jaren '80-'90: regelgeving voorkomt innovatie

Hoewel steeds meer mensen inzagen dat de kabelinfrastructuur een serieuze nieuwe communicatie-infrastructuur kon worden, kwam dat niet van de grond door een overmaat aan regelgeving. Het machtigingsstelsel voorkwam innovatie en schaalvergroting. Zo verwierf de PTT eind jaren '70 het monopolie op intergemeentelijke verbindingen. Deze intergemeentelijke verbindingen waren steeds harder nodig, onder meer omdat met een regionaal ontvangststation beter buitenlandse zenders konden worden ontvangen. Vanaf de jaren '80 werden signalen in toenemende mate aangeleverd via satelliet (buitenlandse zenders) en kabels en niet meer alleen via de ether. Op aanlevering via kabels, het zogenaamde Breedband Video Net, had de PTT ook een monopolie. Bovendien was het kabelexploitanten bij wet verboden om telefonie aan te bieden.

Tegen de stroom van het beperkende machtigingenstelsel in werd in de jaren '90 in een aantal gemeenten een begin gemaakt om de capaciteit van de lokale netwerken te vergroten, door glasvezel aan te leggen tot heel dicht bij de huizen. Koppeling van deze lokale netwerken bleef echter buiten bereik.

Europa brengt uitkomst

Vrije markten waren belangrijk bij de ontwikkeling van de Europese economie. Onder druk van Europa werden ook de Nederlandse telecommarkten in 1996 ontdaan van het juk van de zware regelgeving. Daarmee werd de voorwaarde geschapen dat de kabelsector zich kon ontwikkelen tot een volwaardige infrastructuur waarop moderne communicatie mogelijk werd. Door private investeerder zijn sindsdien miljarden euro's geinvesteerd in de kabelsector.

Eind jaren '90: de kabelsector privatiseert

Toen de kabelbedrijven vanaf 1996 eenmaal zelf intergemeentelijke verbindingen mochten aanleggen werden de netwerken in hoog tempo met glasvezel aan elkaar verbonden. Omdat geen machtiging meer nodig was konden gemeentelijke netwerken worden overgenomen door private kabelbedrijven. Veel gemeenten kozen eind jaren '90 voor deze optie, omdat het hen vaak aan de middelen ontbrak om te investeren in de verglazing en upgrade van de coaxnetwerken. Opgeteld is gedurende de jaren ‘90 door de kabelbedrijven meer dan 3 miljard Euro betaald voor de aanschaf van kabelnetten, waardoor sommige gemeentelijke begrotingen in die periode weelderige vormen aannamen. Ook het PTT-monopolie op het Breedband Video Net verdween: kabelbedrijven gingen met hun glasvezelkabels zelf televisiesignalen ophalen in Hilversum.

De noodzakelijke miljardeninvesteringen zijn in de jaren na de aankoop van de netwerken door de kabelbedrijven wel gedaan. Konden de netwerken eerst maar eenrichtingsverkeer aan, na modernisering kon het digitale verkeer twee kanten op: klanten konden nu ook data gaan versturen. Voor de liberalisering was Nederland een lappendeken van ouderwetse kabelnetwerken. Na de liberalisering bleven een paar kabelbedrijven over, met ultramoderne communicatienetwerken.

Liberalisering was bedoeld om concurrentie tussen netwerken te stimuleren, en dat is in ons land uitzonderlijk goed gelukt. Dat blijkt uit ieder (internationaal) onderzoek en uit iedere internationale vergelijking. De concurrentie tussen bedrijven met verschillende infrastructuren is hevig. Dat komt ook door digitalisering en de opkomst van internet.

Meer dan televisie

Na de modernisering van de kabelnetwerken waren de kabelbedrijven in staat om een keur aan nieuwe diensten aan te gaan bieden. In 1995 bood Caiway als eerste kabelbedrijf internettoegang aan, een dienst die tot dan alleen via de telefoonlijn werd aangeboden. Kabelinternet was revolutionair, omdat gebruikers niet per minuut betaalden en er vaak geen datalimiet was. Internet via telefoontikken bleek ten dode opgeschreven; KPN reageerde in 2000 met de introductie van ADSL. Sindsdien zijn kabel en DSL in een strijd om de gunst van de consument gewikkeld.

In 1997 - een jaar nadat het telefoniemonopolie van KPN werd opgeheven - introduceerden verschillende kabelbedrijven telefonie via de kabel. Eerst gebeurde dit nog met verschillende digitale standaarden, maar sinds 2004 gebruiken alle kabelbedrijven VoIP, telefonie via het IP-protocol. VoIP was een doorslaand commercieel succes, mede omdat veel abonnementen het mogelijk maakten onbeperkt te bellen naar vaste telefoonnummers binnen Nederland. KPN reageerde in 2005 met VoIP via ADSL.

In 1998 introduceerde de kabelbedrijven digitale televisie, in 2004 volgde de introductie van HDTV-uitzendingen. Inmiddels kijken ruim 2,6 miljoen huishoudens naar de digitale kabeluitzendingen. Ook het aantal HDTV-uitzendingen groeit gestaag. In 2007 introduceerde UPC Video on Demand, de nieuwste loot aan de stam van televisiediensten. Ziggo volgde in 2009. Met Video on Demand kunnen kijkers zelf beslissen wanneer een programma begint. In de videocatalogus van het kabelbedrijf zitten 'uitzending gemist', de nieuwste DVD-releases en allerhande films en series.

Next Generation Network

In 2008 en 2009 introduceerden UPC en Ziggo supersnelle internetabonnementen op basis van de EuroDOCSIS 3.0 techniek, die snelheden mogelijk maakt tot ver boven de 120 Mbps. Sindsdien kan ruim 94 procent van de woningen in Nederland beschikken over een kabelaansluiting die geschikt is gemaakt voor highspeed internet en voor alle mogelijke digitale diensten van de toekomst. De kabel is het eerste landelijke Next Generation Network van Nederland. KPN reageert sinds kort met de lokale uitrol van een Next Generation Network op basis van VDSL en FttH.

VECAI wordt NLkabel

De ontwikkelingen van de afgelopen jaren betekenden ook veel voor VECAI en voor de manier waarop de sector is georganiseerd. In plaats van het afhuren van De Doelen in Rotterdam kon de laatste jaren worden volstaan met een vergaderzaal van gemiddelde grootte, als er een Algemene Ledenvergadering werd georganiseerd. VECAI ging een nieuwe fase in, net als alle bedrijven in de sector. Om dat nog eens extra te markeren, is de naam op 14 september 2007 veranderd in NLkabel.